Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11. › Paragraaf 11.2

Artikel 11.2.2

Bekwaamheid van de aanvrager

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

De gemeente beoordeelt of de pgb houder ( of diens vertegenwoordiger) in staat is goed om te gaan met een pgb. De situaties waarbij het risico groot is dat het pgb niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel zijn bijvoorbeeld: · de cliënt is verminderd handelingsbekwaam; · de cliënt heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie; · er is sprake van schulden en/of verslavingsproblematiek; · er is eerder misbruik gemaakt van het pgb; · er is eerder sprake geweest van fraude; · er is sprake van een instabiele situatie ten aanzien van de beperkingen. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. Om een pgb af te wijzen op overwegende bezwaren, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld.

Rechtspraak bij dit artikel