Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1.

Artikel 13

Doorbetaling vaste lasten bij kortdurend verblijf in detentie

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente IJsselstein (WIL) 2025

1.. Bijzondere bijstand is mogelijk onder de volgende voorwaarden: de periode van detentie bedraagt ten minste één en ten hoogste zes maanden; het volledige vermogen van belanghebbende wordt gebruikt om de in het tweede lid van dit artikel genoemde kosten te betalen. Indien belanghebbende beschikt over saldi/spaargeld/contanten en/of andere vormen van vermogen, dan moet dit volledig worden aangewend. In afwijking van artikel 7, tweede en derde lid, van deze beleidsregel, geldt hierbij geen vermogensvrijlating; indien de woning tijdens detentie niet wordt bewoond door een huisgenoot of partner, wordt van belanghebbende verwacht dat hij onderverhuur onderzoekt en toepast, voor zover dit wettelijk, contractueel en feitelijk mogelijk is, om de in het tweede lid genoemde kosten (deels) te kunnen betalen. 2.. De volgende kosten komen in aanmerking voor bijzondere bijstand: huur minus een eventueel recht op huurtoeslag; vastrecht elektra; vastrecht gas; vastrecht water; kosten bewindvoering. 3.. De bijzondere bijstand wordt uitsluitend uitbetaald aan de verhuurder, het nutsbedrijf en/of de bewindvoerder en niet aan de belanghebbende zelf. 4.. De bijzondere bijstand wordt verstrekt voor maximaal de duur van de detentie, waarbij een minimum van één maand en een maximum van zes maanden geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel