Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.3

Mantelzorg

Onderdeel van Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden tijdelijk Omgevingsplan 2025

Het bouwen en gebruiken van percelen of bestaande bouwwerken ten behoeve van mantelzorg wordt voornamelijk geregeld in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (artikel 22.36, onder a, van de bruidsschat) en in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In het Bbl staan de technische bouwregels voor een mantelzorgwoning en is binnen kaders vergunningsvrij. Voorwaarden die nog in bestemmingsplannen stonden en afwijken van vergunningsvrije bepalingen zijn van rechtswege vervallen. Een mantelzorgwoning is in principe vergunningvrij wanneer sprake is van intensieve zorg en ondersteuning die verder gaat dan wat je gebruikelijk voor elkaar doet als huisgenoten. In geval van controle moet aangetoond worden dat sprake is van een intensieve mantelzorg relatie. Wanneer er (nog) geen sprake is van die intensieve mantelzorg, kan gekeken worden of via een omgevingsvergunning alsnog vergunning kan worden verleend. Er kunnen zich op een perceel situaties voordoen waardoor de bestaande inrichting een beperking geeft en vergunningsvrije realisatie van mantelzorg niet mogelijk is. In artikel 2.25 van het Bbl staat welke bouwactiviteiten voor het technisch deel vergunningplichtig zijn. Dan geldt dat een afwijking van het omgevingsplan kan worden verleend ten behoeve van het bieden van mantelzorg in of vanuit een bijgebouw of een tijdelijke unit, onder de volgende voorwaarden: Het gebruik (dus de noodzaak van mantelzorg) is aantoonbaar en gelijk aan de uitgangspunten bij de vergunningsvrije regeling; Afwijking voor mantelzorg wordt slechts verleend bij een (bedrijfs)woning die krachtens het geldende omgevingsplan is toegestaan en ook feitelijk aanwezig is en als zodanig wordt gebruikt; Een vergunning wordt slechts verleend als voldoende parkeerruimte op eigen terrein aanwezig is; De oppervlakte in gebruik voor een mantelzorgwoning bedraagt maximaal 80 m²; De maximale goot- en bouwhoogte maten van mantelzorgwoningen zijn de maten die genoemd worden in het omgevingsplan; Een tijdelijke woonunit wordt geplaatst aan de achterzijde of zijgevel van de bestaande (bedrijfs)woning, waarbij plaatsing aan de zijgevel slechts is toegestaan als de afstand tot de voorgevelrooilijn ten minste 3 meter bedraagt; Er dient sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat; Er is geen sprake van mantelzorg bij recreatiewoningen of tijdelijke woningen; Plaatsing van de unit leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; De afwijking wordt verleend voor de duur van de periode waarin mantelzorg nodig is en wordt geboden; Binnen 3 maanden na beëindiging van de mantelzorg wordt de aangebrachte woonvoorziening verwijderd dan wel dient de woonunit verwijderd te worden. Daarbij dient het maximale oppervlak aan bijbehorende bouwwerken overeenkomstig te zijn wat mogelijk is volgens het geldende omgevingsplan, dan wel wat mogelijk is via een afwijking mogelijk is op basis van een omgevingsvergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel