Naar hoofdinhoud
1.. Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, van de Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe. 2.. Het college kent de vaste tegemoetkoming ambtshalve toe aan het huishouden, indien voor het betreffende kalenderjaar: het huishouden nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen; het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, van de Participatiewet; op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming; er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten; en de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente Arnhem. 3.. Indien geen IBAN bij het college bekend is, geschiedt uitbetaling van de vaste tegemoetkoming slechts wanneer de alleenverdiener het IBAN en een bewijsstuk van tenaamstelling op zijn naam van genoemde IBAN heeft aangeleverd bij het college.

Rechtspraak bij dit artikel