**1..** Naar aanleiding van signalen, zoals vermeld in artikel 1.3, tweede en derde lid, kan bij de aanvragen om een van de volgende omgevingsvergunningen een eigen onderzoek gestart worden:
een omgevingsplanactiviteit, op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Omgevingswet;
een bouwactiviteit, op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder a van de Omgevingswet;
een milieubelastende activiteit, op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder b van de Omgevingswet;
de omgevingsplan-/ bouw- / milieubelastende activiteit, één of meer van de risicoactiviteiten als bedoeld in bijlage 1 van deze beleidsregel;
sprake is van een melding als bedoeld in artikel 5:37 van de Omgevingswet (wijziging tenaamstelling).
**2..** Een eigen Bibob-onderzoek als bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt in beginsel verricht bij ondernemingen en uitsluitend indien sprake is van voldoende concrete signalen als bedoeld in artikel 1.3, tweede en derde lid die duiden op bezwaren met betrekking tot de integriteit van betrokkene of zijn zakelijke relaties.
**3..** In het geval dat een aanvrager in het tijdvak van één jaar, gerekend vanaf de eerste aanvraag, drie (of meer) aanvragen voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet (omgevingsplanactiviteit bouwen) indient, kan bij de derde aanvraag een eigen onderzoek worden gestart (indien dit bij de eerdere aanvragen dit nog niet is uitgevoerd).
**4..** In het geval dat voor eenzelfde pand/perceel in het tijdvak van één jaar, gerekend vanaf de eerste aanvraag, drie (of meer) aanvragen voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet (omgevingsplanactiviteit) indient, kan bij de derde aanvraag een eigen onderzoek worden gestart (indien dit bij de eerdere aanvragen dit nog niet is uitgevoerd).
**5..** De gemeente voert in principe geen eigen Bibob-onderzoek in het geval een aanvraag afkomstig is van overheidsinstanties, semioverheidsinstanties of woning(bouw)corporaties die op grond van de Woningwet zijn aangewezen als toegelaten instellingen voor de volkshuisvesting.