Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Subsidieregeling Programma’s Mondiale Bewustwording Tilburg 2026

Subsidieverlening kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en de in artikel 9 van de ASVT geregelde gevallen (deels) geweigerd worden indien: De organisatie geen aantoonbare expertise en netwerk heeft op het gebied van Mondiale Bewustwording. Niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd. De aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen. Nieuwe initiatieven niet aanvullend zijn op het bestaande aanbod binnen de gemeente Tilburg. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het bestaande aanbod al in soortgelijke producten, diensten en activiteiten voorziet. Uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend o.a. naar liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid. Uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten. De aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken. De activiteiten in de aanvraag niet in verhouding staan tot het bereik van de in de aanvraag opgenomen doelgroep. Er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de weging komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben. Het door het college vastgestelde subsidieplafond bereikt is. De subsidieaanvraag minder dan 70 punten behaalt op basis van het Beoordelingskader zoals bedoeld in artikel 10.3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel