Naar hoofdinhoud
1.. Het huishouden kan een aanvraag om een vaste tegemoetkoming indienen bij het college. 2.. De aanvraag om een vaste tegemoetkoming kan vormvrij worden ingediend bij het college. 3.. Het college beoordeelt of de aanvrager, als bedoeld in artikel 1.1 alleenverdiener is. 4.. Het college beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van de gemeente is en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen. 5.. Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide (fiscale - en toeslag) partners mee. 6.. Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente maand voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen. 7.. Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. In afwijking hiervan kan een langere periode worden gehanteerd indien het verloop van inkomsten hiertoe aanleiding geeft. Het college rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen. 8.. Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd. 9.. Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. 10.. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 uur van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. 11.. Aanvragen voor het betreffende kalenderjaar kunnen niet eerder dan 1 januari van het betreffende kalenderjaar worden ingediend. De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk 31 december 2028 aangevraagd. Het recht wordt per kalenderjaar vastgesteld op basis van de gegevens van dat betreffende kalenderjaar. 12.. Om het voorgaande nader te kunnen beoordelen, kan het college nadere stukken opvragen die hiervoor redelijkerwijs nodig zijn. Hierbij kan worden gedacht aan beschikkingen/aanslagen van de Belastingdienst, maar ook bankafschriften (tot drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag dan wel een langere periode indien deze periode niet representatief is).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel