Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Toetsingskader

Onderdeel van Beleidsregels Beter Benutten Bestaande Woonvoorraad en Kavels

Een aanvraag voor het toestaan van kamerverhuur wordt (na vooroverleg) uitsluitend in behandeling genomen indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: de aanvraag heeft betrekking op een bestaande woning waarbinnen een onzelfstandig deel zal worden verhuurd; de eigenaar is en blijft de hoofdbewoner van de woning waarin hospitaverhuur wordt aangevraagd. de minimale grootte van de woning die wordt gedeeld bedraagt: minimaal 100 m² gebruiksoppervlak (GBO); er mag maximaal aan één huishouden worden verhuurd dat bestaat uit maximaal 2 personen, of 1 persoon met twee kinderen (<18 jaar); het deel van de woning, dat wordt verhuurd, is minimaal 12 m² GBO, tenzij er wordt verhuurt aan 1 persoon met twee kinderen dan geldt minimaal 24 m2 GBO; de woning dient te beschikken over de volgende gezamenlijke voorzieningen*: een gezamenlijke keuken; een gemeenschappelijke douche en toilet. Er dient een bergruimte aanwezig te zijn, die geschikt is voor de stalling van (brom-)fietsen; De bouwrechten mogen niet meer bedragen dan maximaal was toegestaan op basis van het omgevingsplan of omgevingsvergunning. Hierbij worden de bouwmogelijkheden die er waren vóór de nieuwe situatie gedeeld. de toegang tot de kamer(s) vindt rechtstreeks plaats via een gemeenschappelijke voordeur en hal/gang; per te verhuren kamer is een aanvullende autoparkeernorm van toepassing geldend voor een “Studio” woning, minus het bezoekersaandeel, zoals opgenomen in de Parkeernormennota Duiven 2018, of de norm die gespecificeerd wordt in diens rechtsopvolger; de woning is niet gelegen in een straat waarin parkeerregulering door middel van vergunningen van toepassing is (niet zijnde een parkeerschijfzone);

Rechtspraak bij dit artikel