Een aanvraag voor het toestaan van het tijdelijk plaatsen van een familiewoning wordt uitsluitend in behandeling genomen (na vooroverleg) indien kan worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
Bewoners.
Bewoning door maximaal twee personen van de familiewoning;
er is een eerste of tweedegraads familierelatie tussen de bewoner(s) van de familiewoning en de hoofdwoning op het perceel;
de bewoners van de familiewoning schrijven zich in op het adres van de familiewoning in de Basis Registratie Personen (BRP).
Het gebouw.
De familiewoning wordt gerealiseerd als zelfstandige wooneenheid binnen de bestaande bebouwing of in nieuw op te richten bebouwing op hetzelfde kavel gesitueerd als het hoofdgebouw;
De kavel waarop de familiewoning wordt gerealiseerd zal gedurende de looptijd van de vergunning niet juridisch worden gesplitst. De kavel blijft dus in eigendom van de eigenaar/bewoner van de hoofdwoning;
De familiewoning krijgt een eigen huisnummer;
Een familiewoning mag een gebruiksoppervlakte hebben van maximaal 80 m², bestaat uit 1 bouwlaag en is levensloopbestendig;
De familiewoning moet binnen het gebied met functie Wonen worden gerealiseerd, of op het bestaande erf;
Voor het gebouw geldt: maximaal één bouwlaag met een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale nokhoogte van 5 meter (indien niet in bestaande bebouwing gerealiseerd), conform wijze van meten volgens het ter plaatse geldende omgevingsplan. Het gebouw is daarmee ruimtelijk ondergeschikt aan de hoofdwoning;
Per hoofdwoning mag maximaal één familiewoning of mantelzorgwoning gerealiseerd worden;
Indien de familiewoning niet inpandig in de hoofdwoning wordt gerealiseerd, wordt de familiewoning gerealiseerd in het achtererfgebied;
Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
Bij de plaatsing van een familiewoning op een erf mag deze geen onevenredige afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente behoudt de bevoegdheid om per geval te beoordelen of maatregelen nodig zijn ten aanzien van de inpassing. Waarbij een landschappelijk inpassingsplan van een ter zake deskundig (advies)bureau een mogelijkheid is;
Parkeren op eigen terrein conform de parkeernormennota Duiven 2018 (of diens rechtsopvolger);
Op grond van dit beleid mag geen reguliere woningsplitsing of andersoortige (onzelfstandige) toevoeging van een zelfstandige woonruimte worden gerealiseerd in de familiewoning, zoals voor particuliere verhuur of verkoop;
De maximale bebouwde oppervlakte van het perceel/erf bedraagt niet meer dan 50% tenzij anders benoemd in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Toetsingskader
Onderdeel van Beleidsregels Beter Benutten Bestaande Woonvoorraad en Kavels