**1..** Het college stelt jaarlijks voor 1 december de maximum uurprijs per (VVE-)peuterplaats vast, als grens voor de vast te stellen subsidie.
**2..** Het college stelt jaarlijks voor 1 december de VVE-vergoeding vast.
**3..** Het college stelt jaarlijks voor 1 december de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vast. Deze is gebaseerd op de tabel van de kinderopvangtoeslag.
**4..** De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang.
**5..** Het college subsidieert het door de houder werkelijk gehanteerde uurtarief. Als het gehanteerde uurtarief hoger is dan het normtarief kinderopvang, dan wordt het normtarief gehanteerd.
**6..** Het college subsidieert de volgende activiteiten:
per bezette (VVE-)peuterplaats 8 uren per week voor ouders die geen recht hebben op KOT;
per bezette VVE-peuterplaats 8 uur per week voor ouders van doelgroepkinderen;
per bezette peuterplaats een opslag voor extra voorbereidings- en evaluatietijd en de door de gemeente gehanteerde kwaliteitseisen bovenop de wettelijke minimumeisen;
de inzet van een HBO-geschoolde beleidsmedewerker ten behoeve van voorschoolse educatie (10 uur per doelgroeppeuter).
**7..** Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van niet-betalers.
Artikel 4
De grondslag voor de subsidie peuterplaatsen
Onderdeel van Regeling subsidie voorschoolse voorzieningen Oisterwijk 2026