Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Beoordeling slecht levensgedrag en informatiebronnen

Onderdeel van Beleidsregel beoordelingscriteria slecht levensgedrag

1.. De burgemeester toetst het levensgedrag bij de aanvraag van een vergunning, bij een verzoek tot wijziging van een vergunning, of een bijschrijving van een leidinggevende of beheerder, dan wel op ieder moment dat de burgemeester dit nodig acht. 2.. De burgemeester kan het levensgedrag opnieuw beoordelen indien gedurende de looptijd van een vergunning sprake is van nieuwe feiten en / of omstandigheden of naar aanleiding van signalen. 3.. De burgemeester onderbouwt bij de weigering dan wel intrekking van de vergunning welke feiten of omstandigheden reden zijn om het levensgedrag tegen te werpen. 4.. De burgemeester weegt bij de toets van het levensgedrag diverse gegevens afzonderlijk en in onderlinge samenhang met elkaar en in relatie tot de vergunning. 5.. Om het levensgedrag en de wijze van exploitatie te toetsen worden diverse gegevens, in samenhang, gewogen. Hieronder volgt een niet-limitatieve opsomming van de belangrijkste informatiebronnen: Curatele register Register sociale hygiëne Informatie van de politie; zowel signalen als documentatie Het Justitieel Documentatie Systeem Handhavingsgegevens en overige gegevens waarover de gemeente beschikt, waaronder rapportages en bevindingen van BOA’s en toezichthouders Informatie uit een BIBOB-toets Informatie uit openbare bronnen Informatie van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid Informatie van de Belastingdienst Informatie van de Douane Informatie uit het Centraal insolventieregister 6.. Indien noodzakelijk kan de burgemeester via het Regionaal Informatie en Expertise centrum informatie uitwisselen met de Nederlandse Arbeidsinspectie, de belastingdienst, de Douane en de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Rechtspraak bij dit artikel