1. De leden van de Adviesraad ontvangen per vergadering een bedrag dat is bepaald op grond van artikel 96 van de Gemeentewet, het rechtspositiebesluit en de VrV. Per 1 januari 2025 bedraagt de vergoeding per vergadering € 103,23. Deze vergoeding wijzigt één keer per jaar, voor het meest actuele bedrag zie artikel 3.4.1. lid 1 van het rechtspositiebesluit. Er kan maximaal een beroep worden gedaan op de vergoeding van 11 vergaderingen per jaar van de Adviesraad. Als er meer vergaderingen nodig zijn, dan moet door de voorzitter worden aangetoond dat de extra vergadering nodig is in het kader van artikel 2 van deze verordening.
2. De leden houden zelf bij hoeveel vergaderingen zij bijwonen. Ieder lid declareert 1 x per maand, uiterlijk op de laatste dag van de maand, de bijgewoonde vergaderingen bij de gemeente. In afwijking van artikel 8 van de VrV vindt, bij een tijdige declaratie zoals vermeld hierboven, de betaling van de vergoeding door de gemeente plaats per maand voor het einde van de volgende maand (in overeenstemming met artikel 2 lid 6 van de Wet op de loonbelasting 1964).
3. De voorzitter en secretaris krijgen per vergadering 25% bovenop de vergoeding zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel. Deze extra vergoeding krijgen zij op basis van artikel 3.4.2 onder b van het rechtspositiebesluit. De vergoeding uit lid 1 van dit artikel wordt namelijk niet geacht in een redelijke verhouding te staan tot de omvang van de verrichte arbeid door de secretaris en de voorzitter. Zij hebben namelijk per vergadering extra werk door de voorbereiding, verslaglegging en het opstellen van de advisering richting de gemeente. Tevens onderhouden zij de contacten met de gemeente om tijdig de informatie te kunnen delen met de Adviesraad als voorbereiding op hun eigen vergadering.
4. De hoogte van de reiskostenvergoeding voor de leden van de Adviesraad wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 3.3.4 van het rechtspositiebesluit en artikel 3 van de VrV.
a. De volgende reizen komen in aanmerking voor een reiskostenvergoeding
i. Reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de Adviesraad bij gebruik van een eigen auto of openbaar vervoer
ii. Reis en verblijfskosten voor reizen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de functie zowel binnen de gemeente als daarbuiten bij gebruik van een eigen auto of openbaar vervoer.
b. De hoogte van de reiskosten is als volgt:
i. De vergoeding bij gebruik van een eigen auto is gelijk aan de maximale vergoeding die door een werkgever aan een werknemer onbelast kan worden uitbetaald. Met ingang van 1 januari 2024 bedraagt deze vergoeding € 0,23 cent per kilometer. Deze vergoeding wordt verhoogt als de maximale vergoeding die een werkgever onbelast kan uitbetalen aan een werknemer wordt verhoogt.
ii. Bij gebruik van openbaar vervoer is het uitgangspunt dat de werkelijk gemaakte kosten worden vergoed.
c. Verder gelden de volgende voorwaarden:
i. Voor het berekenen van het aantal kilometers met de eigen auto wordt gebruik gemaakt van de ANWB-routeplanner. De kilometers van de kortste rit worden vergoed.
ii. Bij openbaar vervoer wordt bij gebruik van de trein alleen de kosten voor reizen in de tweede klas vergoed.
iii. Bij gebruik van een (elektrische) fiets worden geen reiskosten vergoed.
Artikel 7
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening Adviesraad sociaal domein gemeente Veere 2025