**1..** Burgemeester en wethouders weigeren de aangevraagde urgentieverklaring indien:
de aanvrager gelet op artikel 10, tweede lid, van de wet of artikel 2.2.2 niet voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt; of,
de aanvrager niet behoort tot tenminste één van de in paragraaf 3.2 bedoelde urgentiecategorieën.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen de aangevraagde urgentieverklaring weigeren indien:
de aanvrager niet economisch gebonden of maatschappelijk gebonden is aan de gemeente;
het huishoudinkomen van aanvrager hoger is dan de in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet bedoelde inkomensgrens;
de aanvrager, nadat het huisvestingsprobleem ontstond of duidelijk werd dat het zou ontstaan, voorafgaand aan het indienen van de aanvraag, woonruimte, aangewezen in artikel 2.1.1, eerste lid, onder a, aangeboden heeft gekregen en deze heeft geweigerd;
aanvrager huurschulden heeft; of
aanvrager of een lid van het huishouden van aanvrager woonoverlast heeft veroorzaakt.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen de aangevraagde urgentieverklaring voorts weigeren indien naar hun oordeel:
geen sprake is van een noodsituatie waarin het voor aanvrager noodzakelijk is om binnen een half jaar te verhuizen;
aanvrager in staat is of is geweest om zijn of haar huisvestingsprobleem zelf te voorkomen of op te lossen;
de aangevraagde urgentieverklaring onvoldoende geschikt is om het huisvestingsprobleem van aanvrager duurzaam op te lossen; of,
het huisvestingsprobleem van aanvrager sneller of adequater opgelost kan worden door het betrekken van onzelfstandige woonruimte.
**4..** Ter voorbereiding van hun besluit op de aanvraag, kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen adviseur.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1.
Artikel 3.1.2.
Algemene weigeringsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Woudenberg 2025