Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan de verstrekkingen beperken of intrekken indien de ontheemde de opvang definitief verlaat of langer dan 28 kalenderdagen per kalenderjaar niet in de opvang is verschenen zonder het college hiervan vooraf op de hoogte te stellen. 2.. Duurt de afwezigheid van de ontheemde 14 kalenderdagen of korter, blijft zijn plek in de opvang gereserveerd en worden zijn persoonlijke bezittingen ten minste 14 kalenderdagen bewaard. Als het vertrek niet vooraf is gemeld, geldt een termijn van zeven dagen. 3.. Duurt de afwezigheid van de ontheemde langer dan 14 kalenderdagen (of bij niet gemeld vertrek 7 kalenderdagen), kan de opvangplek aan een ander worden gegeven. Dit kan onder andere wanneer de bezettingsgraad in de gemeentelijke opvang hoog is. 4.. Duurde de afwezigheid langer dan 14 kalenderdagen en is de opvangplek aan een ander gegeven, kan de ontheemde opnieuw om een opvangplek vragen. De nieuwe opvangplek kan zich op een andere locatie binnen de gemeente of in een andere gemeente bevinden. 5.. Duurt de afwezigheid van de ontheemde langer dan 28 kalenderdagen per jaar, wordt het leefgeld stopgezet vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgend op de maand waarin de afwezigheid wordt geconstateerd. De ontheemde kan vanaf dit moment tevens worden uitgeschreven uit de Basisregistratie personen (Brp) in Heumen en zijn recht op opvang verliezen. 6.. Van de bevoegdheid tot het beperken of intrekken van de verstrekkingen in lid 1 van dit artikel wordt geen gebruik gemaakt in het geval van aangemeld vertrek in verband met: een aantoonbare medische noodzaak; aantoonbare schrijnende familieomstandigheden in de eerste en tweede graad. 7.. Indien één of enkele personen van een gezin vertrekken of langer dan 28 kalenderdagen niet in de opvangvoorziening zijn verschenen, wordt de hoogte van de financiële toelage zoals bedoeld in artikel 10 van de regeling aangepast naar de situatie van het deel van het gezin dat nog wel in de opvang verblijft.

Rechtspraak bij dit artikel