Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.6

Artikel 2.6.2

Drie verdedigingslinies / Three lines of defense

Onderdeel van Strategisch Gemeentelijk Informatiebeveiligingsbeleid gemeente Landsmeer

Het uitgangspunt is de toepassing van de Three lines of defense. Bij de toepassing van informatiebeveiliging staat het faciliteren van de werkprocessen van de organisatie voorop. Informatiebeveiliging dient hieraan een bijdrage te leveren door het veilig werken met informatie te faciliteren. Dat betekent dat maatregelen in balans zijn met de te beschermen waarde of het belang. Er moeten ‘doelmatige, zakelijke’ argumenten zijn om beveiligingsmaatregelen te treffen. Deze balans wordt gevonden op basis van een expliciete risicoafweging, d.w.z. de te nemen maatregelen voor informatieveiligheid zijn risico gedreven. De organisatie wil aantoonbaar voldoen aan wet- en regelgeving. Het gaat daarbij met name om de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Wet Politiegegevens (Wpg), wetten met betrekking tot basisregistraties, zoals de Basisregistratie Personen (BRP), de Archiefwet, maar ook om wetgeving met betrekking tot specifieke taken van de gemeente zoals de Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (SUWI), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. De AVG vereist in dit kader passende organisatorische en technische beveiligingsmaatregelen rekening houdend met de stand van de techniek, de kosten alsook de aard, omvang, context en de waarschijnlijkheid en ernst van risico’s (zie Art 32 lid 1 AVG) en ook aantoonbaarheid, evaluatie en aanpassing van de maatregelen en andere verplichtingen van de AVG (Art 5 lid 2; Art 24 lid 1). De organisatie wil “in control” zijn, dat wil zeggen overzicht hebben en risico’s bewust nemen vanuit bestuurlijk niveau. Dit betekent dat eventuele (rest-)risico’s die niet afgedekt (kunnen) worden door beheersmaatregelen, bijvoorbeeld omdat zij niet proportioneel worden geacht, ter acceptatie worden voorgelegd aan het management. De organisatie past daarvoor de drie verdedigingslijnen toe vanuit Interne Controle:: De beheersing van werkprocessen binnen de team onder verantwoordelijkheid van de teammanagers. Dat wil zeggen: werkprocessen op orde, passende werkinstructies en werken volgens afspraken. Dat betekent dat de teamen zelf ‘in control’ (lees, beheersing van taken) dienen te zijn door het treffen van de aan hen toegewezen adequate beheersmaatregelen en de monitoring van de werking. Ondersteuning door de CISO en andere ondersteunende teamen met advies en hulpmiddelen voor beheersmaatregelen in de 1e lijn. Dit omvat ook hulpmiddelen voor en regie op borging/controle van beheersmaatregelen in de lijn, bijvoorbeeld door kwaliteitsfunctionarissen of teammanagers. Deze borgingsmaatregelen/controles hebben als doel vast te stellen en aan te tonen dat werkprocessen conform de afspraken verlopen en deze te evalueren en waar nodig aan te passen. Deze borging wordt voor informatiebeveiliging gecoördineerd door de CISO en uitgevoerd in de lijn op basis van een controleplan De concerncontroller, de Chief Information Security Officer (CISO) en de Functionaris Gegevensbescherming (FG) hebben een toetsende, signalerend, initiërende en adviserende rol m.b.t. de kwaliteit, de getrouwheid, rechtmatigheid en het functioneren van de 1e en 2e lijn. Onderdeel van de 3e lijn zijn interne en externe audits vanuit de stafteam Concerncontrol, onder andere de Verbijzonderde Interne Controles (VIC) en onderzoeken/audits op basis van art. 213a van de Gemeentewet, art. 33 van de Wet Politiegegevens en de diverse audits vanuit ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). De 3e lijn resulteert in de evaluatie van de opzet, bestaan en werking van de 1e en de 2e verdedigingslinie als basis voor de evaluatie/beoordeling door het management, college en raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel