De gemeente kan een Bibob-onderzoek uitvoeren als de gemeente zelf een vastgoedtransactie doet, zoals het kopen of verkopen van een gebouw of een stuk grond. Hieronder valt tevens het verhuren van een woonwagen-standplaats die eigendom is van de gemeente, aan een betrokkene. De gemeente is verplicht de betrokkene te laten weten wanneer het een eigen Bibob-onderzoek doet en/of de gemeente het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente kan deze informatie bijvoorbeeld in de verkoopleidraad zetten en/of dit vertellen bij de start van de onderhandelingen.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract voor de vastgoedtransactie. Hierin staat dat de gemeente onder het contract uit kan als uit het Bibob-onderzoek blijkt dat de andere partij niet integer is.
De gemeente voert een eigen Bibob-onderzoek uit als:
het vastgoedobject, zoals een gebouw of een stuk grond, gebruikt wordt of gebruikt gaat worden voor één of meerdere activiteiten die vallen onder de risicoactiviteiten (zie bijlage 1) en/of gebeuren in één van de risicogebieden (zie bijlage 2).
het gebouw belangrijk is voor hoe de omgeving eruitziet (beeldbepalend is).
de gemeente het risico loopt veel geld te verliezen met de transactie.
als er ook een aanvraag voor een vergunning of subsidie is of wordt gedaan (zie hoofdstuk 2 van deze beleidsregel).
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het RIEC;
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.1
Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij vastgoedtransacties?
Onderdeel van Beleidsregels voor de Wet Bibob gemeente De Bilt 2025