Naar hoofdinhoud

Artikel 37

– Bepalingen individuele inkomenstoeslag

Onderdeel van Beleidsregel inkomensondersteuning Participatiewet 2025 gemeente Boekel

1.. Uitzicht op inkomensverbetering, volgens artikel 36 van de wet, wordt niet aanwezig geacht als: een niet werkende (uitkeringsgerechtigde) voldoet aan de vereiste van een langdurig laag inkomen; een werkende voldoet aan de vereisten van een langdurig laag inkomen en door in de persoon gelegen factoren niet in staat wordt geacht door urenuitbreiding of (aanvullende) werkzaamheden elders het inkomen voor langere tijd te verhogen tot boven de inkomensgrens. Dit uitzicht op inkomensverbetering moet zich binnen 12 maanden kunnen voordoen. 2.. Er is sprake van een langdurig laag inkomen als het gemiddelde totale inkomen gedurende de referteperiode niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm ten tijde van de aanvraag. Het college kan omwille van de uitvoerbaarheid van de regeling ook gebruik maken van brutobedragen bij de bepaling van het inkomen en de bijstandsnorm. 3.. Bij de bepaling van de bijstandsnorm is de woon- en leefsituatie ten tijde van de aanvraag bepalend. Bij een aanvraag van een alleenstaande (ouder) die tijdens de referteperiode gehuwd was of een gezamenlijke huishouding voerde, wordt geen rekening gehouden met de middelen van de ex-partner. 4.. Bij gehuwden moeten beiden voldoen aan de voorwaarden. Bij een niet-rechthebbende partner volgens artikel 11 of 13 van de wet kan de rechthebbende partner recht hebben op een individuele inkomenstoeslag als alleenstaande (ouder). De middelen van de niet-rechthebbende partner worden bij de beoordeling betrokken. 5.. De belanghebbende moet gedurende de gehele referteperiode zijn hoofdverblijf in Nederland hebben gehad, als hieraan niet wordt voldaan is er geen recht op individuele inkomenstoeslag. 6.. Bij de bepaling van het vermogen is de situatie op de aanvraagdatum bepalend. 7.. In afwijking van lid 1 is er sprake van uitzicht op inkomensverbetering als de belanghebbende gedurende minimaal 2 volledige kalendermaanden in de referteperiode inkomsten uit arbeid heeft gehad die de inkomensgrens ten tijde van de aanvraag overstegen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel