Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 28

Eisen werkgeverspremie

Onderdeel van Nadere regel re-integratievoorzieningen Participatiewet gemeente Utrecht

1.. Burgemeester en wethouders kennen een werkgeverspremie toe aan een werkgever als aan de volgende eisen wordt voldaan: De werkgever, niet zijnde een uitzendbureau, stelt een arbeidsplaats beschikbaar voor een persoon uit de doelgroep. Er is sprake van een (arbeids)overeenkomst voor de duur van ten minste 6 maanden en voor minimaal 12 uur per week. Een werkgeverspremie kan ook worden toegekend gedurende de proefplaatsing; De aanvraag is uiterlijk 3 maanden na aanvang dienstbetrekking ingediend; Voor de gemaakte kosten kan geen aanspraak worden gemaakt op een vervoersvoorziening, intermediaire activiteit bij een motorische handicap, meeneembare voorziening, werkplekaanpassing of andere voorliggende voorzieningen. 2.. Enkel de kosten die direct en specifiek verband houden met het in dienst nemen of in dienst houden van, dan wel het aanbieden van een arbeidsplaats worden vanuit de werkgeverspremie vergoed. De werkgeverspremie betreft een vergoeding voor de werkgever ter compensatie van het inwerken, begeleiden en tijdelijk productieverlies van de werknemer. 3.. Enkel de kosten vanaf de aanvang van het dienstverband of proefplaatsing worden vanuit de werkgeverspremie vergoed. De reeds voor die dag gemaakte kosten komen niet in aanmerking voor een vergoeding vanuit de werkgeverspremie. 4.. Burgemeester en wethouders weigeren het verlenen van de werkgeverspremie als werkgever eerder, voor dezelfde functie, een tijdelijke arbeidsovereenkomst niet heeft verlengd of een werknemer heeft ontslagen, ondanks goed functioneren. 5.. Bij de aanvraag dient de werkgever de volgende zaken te overleggen: Een recent uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (niet ouder dan 2 maanden); Een kopiebankafschrift of een foto van de bankpas (met duidelijk zichtbaar de naam van de organisatie en het IBAN); Een begroting en motivatie van de extra kosten voor inwerken, begeleiding en tijdelijk productieverlies. 6.. De kosten die gemaakt worden om een persoon met een structurele functionele beperking een dienstverband aan te bieden of te laten behouden dienen proportioneel te zijn. Dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk. De beoordeling of de kosten proportioneel zijn, wordt gebaseerd op: de kosten; het aantal uren per week van de arbeidsovereenkomst; de opbrengsten in termen van besparing op de uitkeringslasten en eventuele andere lasten, waaronder eventuele lasten in het kader van de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Rechtspraak bij dit artikel