Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 5

Algemene Subsidieprocedure

Onderdeel van Subsidieverordening stedelijke vernieuwing

Lid 1 De algemene bepalingen uit deze paragraaf zijn van toepassing, tenzij in hoofdstuk 2, 3 of 4 hiervan uitdrukkelijk wordt afgeweken. Aanvraag om subsidie Lid 2 Een aanvraag om subsidie wordt op een door het college beschikbaar te stellen formulier bij het college ingediend voor 1 maart van het jaar waarin de subsidie wordt gevraagd. Het college kan van deze termijn vrijstelling verlenen. Op of bij het aanvraagformulier vermeldt het college de gegevens en bijlagen die door de aanvrager moeten worden verstrekt. Dit zijn, voor zover van toepassing: bestek en tekeningen van het (bouw)plan; een aanvraag voor een (bouw)vergunning voor het (bouw)plan of de verleende (bouw)vergunning; een opgave van de investeringsbijdragen, waaronder wordt verstaan al overige financiële bijdragen aan het project, hetzij uit eigen middelen, hetzij verkregen van derden; de gevraagde subsidie; overige op of bij het aanvraagformulier vermelde gegevens. Op een daartoe strekkend verzoek van de subsidie-aanvrager kan het college vrijstelling verlenen van het verstrekken van een of meer in het vorige lid bedoelde gegevens, tenzij het gegevens betreft die de gemeente op grond van het bij of krachtens de wet bepaalde ter beschikking moet stellen aan de minister of de provincie. Indien de aanvraag niet volledig is stelt het college de aanvrager in de gelegenheid deze binnen een door hem te bepalen termijn aan te vullen. De in het volgende lid genoemde termijn wordt dienovereenkomstig verdaagd. Het college neemt binnen acht weken na indiening van de volledige aanvraag een besluit. Het college kan slechts tot subsidieverlening besluiten indien: de aanvraag volledig is; de noodzaak van het project naar hun oordeel is aangetoond; c. het project naar hun oordeel doelmatig is; voor zover van toepassing voor het project een (bouw)vergunning is of zal worden verleend; niet reeds een begin met de werkzaamheden is gemaakt zonder toestemming van het college; is voldaan aan eventuele door de raad of het college gestelde nadere voorwaarden. Aanhouding Lid 3 Indien een aanvraag na de datum vermeld in artikel 5, lid 2.1 wordt ingediend, wordt de aanvraag aangehouden tot het volgende jaar, indien naar het oordeel van het college aannemelijk is dat het project in een volgend subsidiejaar voor verlening van subsidie in aanmerking kan worden gebracht. Een besluit tot aanhouding van een aanvraag kan voor hetzelfde project eenmaal worden genomen. Het college kan een aanvraag eveneens aanhouden indien het subsidieplafond van het desbetreffende deelbudget voor de subsidie wordt overschreden of dreigt te worden overschreden. Verlening van subsidie Lid 4 Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Het college kan de in het vorige lid genoemde termijn eenmalig met acht weken verlengen. Het college weigert subsidieverlening indien de aanvraag in strijd is met deze verordening. Indien het beschikbare subsidieplafond kleiner is dan het totaal van de ingediende aanvragen, wordt subsidie verleend in volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen. Het college kan met betrekking tot verleende subsidies voorschotten verlenen; deze worden overeenkomstig de voorschotverlening betaald. Het college is bevoegd om van de in deze verordening opgenomen subsidiebedragen af te wijken indien hantering daarvan een ernstige belemmering zou vormen voor de voortgang van de stedelijke vernieuwing. Bij de openbare bekendmaking als bedoeld in artikel 4, lid 3 vermeldt het college deze bevoegdheid. Het college kan de subsidie-ontvanger bij de subsidieverlening andere dan de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) genoemde verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. De gereedmelding Lid 5 Direct na voltooiing van de gesubsidieerde activiteit, doch uiterlijk binnen een jaar na het verlenen van de subsidie, meldt de aanvrager het project gereed door indiening van een door het college beschikbaar te stellen formulier. De gereedmelding houdt een aanvraag in tot vaststelling en uitbetaling van de subsidie. De gereedmelding gaat vergezeld van: een verklaring van de aanvrager dat bij het realiseren van de gesubsidieerde activiteit is of wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder de subsidie is verleend; een gespecificeerde opgave van de kosten van de gesubsidieerde activiteit met daarop betrekking hebbende rekeningen en betaalbewijzen. Indien de gereedmelding niet volledig is stelt het college de aanvrager in de gelegenheid zijn gereedmelding aan te vullen binnen een door hem te stellen redelijke termijn. Het college kan voor stedelijke vernieuwingsplannen als verplichting bij de subsidieverlening een procedure van gereedmelding van toepassing verklaren die afwijkt van het eerste en het derde lid. Vaststelling en uitbetaling Lid 6 Binnen vier weken na ontvangst van de volledige gereedmelding als bedoeld in artikel 5, lid 5.1 neemt het college een besluit op de aanvraag tot vaststelling en uitbetaling. Het college weigert vaststelling en uitbetaling van de subsidie, indien de gereedmelding onvolledig is en/of in strijd met de bepalingen van deze verordening. Subsidievaststelling vindt plaats op basis van de door het college goedgekeurde uitvoeringskosten, met als maximum het bij de verlening van de subsidie toegekende bedrag. De subsidie wordt, onder verrekening van verleende voorschotten, binnen zes weken na het besluit als bedoeld in het eerste lid betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel