Naar hoofdinhoud
Bij het vaststellen van het in artikel 2 sub a genoemde inkomen zijn de volgende bepalingen van toepassing: Direct voorafgaande aan de peildatum moet gedurende 12 aaneengesloten maanden worden voldaan aan de in artikel 2 sub a genoemde inkomensgrens. Uitzondering hierop is dat eenmalig voor de periode van het schooljaar 2023/2024, de inkomensgrens voor het kindpakket opgehoogd is tot 150% van de geldende bijstandsnorm. Het inkomen wordt getoetst aan de hand van het inkomen over de maanden januari en september van het jaar voorafgaand aan het jaar van aanvraag. Ingeval van een afwijzing of twijfel dient het inkomen te worden vastgesteld aan de hand van het inkomen over het gehele jaar exclusief extra eindejaarsuitkeringen. Het inkomen van een zelfstandige wordt aangetoond door de jaarrekening van het boekjaar voorafgaande aan de peildatum. De jaarrekening bestaat uit de verlies- en winstrekening, de balans en de bijbehorende toelichting. Een belastingaangifte waaruit het resultaat van de onderneming naar voren komt, is ook voldoende. In afwijking van het eerste lid van dit artikel wordt bij de vaststelling van het inkomen zoals bedoeld in artikel 2 sub a uitgegaan van het inkomen op de datum van aanvraag. Dit is van toepassing voor personen zoals genoemd in artikel 11, lid 2 en 3 van de wet en ingeval van verlating/echtscheiding. Het inkomen van een alleenstaande ouder die geen uitkering ontvangt van de gemeente wordt afgezet tegen de norm van een alleenstaande ouder vermeerderd met de alleenstaande ouderkop, zoals deze door de Belastingdienst wordt uitbetaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel