Naar hoofdinhoud
Het college kent aan een huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe. Het college kent de vaste tegemoetkoming over 2025 en/of 2026 en/of 2027 ambtshalve toe aan het huishouden indien: het huishouden voor het kalenderjaar 2025 en/of 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen; voor het kalenderjaar 2025 en/of 2026 en/of 2027 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet; op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming; er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten; en de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel