**1..** De leden richten zich tot de voorzitter.
**2..** De leden voeren slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van deze verkregen te hebben. Zij houden zich daarbij aan de hun eventueel ingevolge artikel 23 toegemeten spreektijd.
**3..** Zodra de voor een lid gestelde spreektijd is verstreken is deze gehouden op verzoek van de voorzitter zijn betoog te beëindigen.
**4..** De leden die over een voorstel het woord willen voeren maken dat bij het begin van de beraadslaging daarover aan de voorzitter kenbaar. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de leden spreken.
**5..** Van de volgorde kan worden afgeweken wanneer een lid het woord vraagt over een persoonlijk feit, over de opheldering van een onduidelijkheid in een aan de orde zijnd ontwerp-besluit of om een voorstel van orde te doen.
**6..** De voorzitter verleent het woord over een persoonlijk feit niet dan nadat het betrokken lid een beknopte aanduiding van dat feit heeft gegeven.
**7..** Het in het eerste tot en met het derde lid gestelde geldt ook voor de anderen, die het woord (mogen) voeren in de vergadering, tenzij de voorzitter anders bepaalt.
HOOFDSTUK 6
Artikel 21
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Amstelveen