Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 9

Artikel 34

Het stellen van mondelinge vragen

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Amstelveen

1.. Aan het begin van elke vergadering van de raad kan een lid mondeling vragen stellen aan burgemeester en wethouders omtrent het door dat college en/of een lid van dat college gevoerde bestuur met betrekking tot een actueel onderwerp. 2.. Het lid dat mondelinge vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp schriftelijk bij de voorzitter aan, uiterlijk de dag voorafgaande aan de vergadering waarin het stellen van mondelinge vragen plaatsvindt, om uiterlijk 17.00 uur. 3.. De voorzitter kan weigeren een onderwerp aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig omschreven acht of indien aan het onderwerp naar zijn inzicht de actualiteit ontbreekt. De voorzitter maakt aan het begin van de vergadering bekend welke onderwerpen niet aan de orde gesteld zullen worden. 4.. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin onderwerpen aan de orde worden gesteld, waarbij het tijdstip van aanmelding doorslaggevend is. Na verloop van ten hoogste een uur beëindigt hij de beraadslaging over dit agendapunt. Indien op dat moment vragen nog niet behandeld zijn worden deze door het college zo spoedig mogelijk schriftelijk beantwoord. 5.. De vragensteller wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om aan één of meer leden van het college vragen te stellen en een toelichting te geven. Het betreffende collegelid wordt ten hoogste vijf minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. 6.. Naar aanleiding van het gegeven antwoord kunnen raadsleden in tweede termijn nog nadere vragen stellen, mits die hetzelfde onderwerp betreffen. Voor deze vragen en de door het betreffende collegelid te geven antwoorden wordt het woord verleend voor één respectievelijk twee en een halve minuut.

Rechtspraak bij dit artikel