Een eerste bewonersvergunning wordt altijd verstrekt indien er recht is op een bewonersvergunning.
Een voor de aanvrager gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken bij de woning telt mee als eerste bewonersvergunning voor het vergunninggebied waarin de bewoner woonachtig is.
De tweede bewonersvergunning wordt slechts verleend indien het maximum aantal beschikbare vergunningen nog niet bereikt is.
Bij een overschrijding als bedoeld in het voorgaande lid worden aanvragen voor een tweede bewonersvergunning op volgorde van binnenkomst op een wachtlijst geplaatst, met dien verstande dat aanvragen van bewoners die niet beschikken over eigen parkeergelegenheid bij hun woning boven de aanvragen van bewoners met eigen parkeergelegenheid worden geplaatst. Dit betreft ook locaties/gebouwen met eigen parkeergelegenheid maar waarvoor extra betaald moet worden.
Onder eigen parkeergelegenheid wordt dan verstaan:
een garage of carport behorende bij de woning;
een oprit behorende bij de woning, al dan niet ingericht als parkeerplaats;
een parkeerplaats op eigen terrein behorende bij de woning;
een garagebox (gehuurd of in eigendom) binnen een straal van 100 meter van de hoofdingang van de woning of flat waarin betrokkene woont;
een bij het appartement behorende garageplaats in de parkeergarage behorende bij het appartementencomplex waarin aanvrager woont.
Voor de vraag of er sprake is van een garage bij de woning is de omgevingsplankaart bepalend. Het gestelde lijdt uitzondering wanneer de garage in overeenstemming met het omgevingsplan voor andere doeleinden wordt gebruikt en de aanvrager dat gebruik kan aantonen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3