Het aantal te verlenen ondernemersvergunningen wordt bepaald door het aantal werknemers dat op het vestigingsadres werkzaam is. De gegevens van de Kamer van Koophandel en in het BIG-register zijn bepalend.
Er is altijd recht op tenminste 1 ondernemersvergunning, behalve als het een bedrijf aan huis betreft. Indien er meer dan 1 werknemer werkzaam is op de betreffende locatie worden maximaal 3 ondernemingsvergunningen verstrekt, tenzij er een wachtlijst is voor het betreffende gebied.
Bij meer dan tien medewerkers per eenheid van tien werknemers kan één extra ondernemersvergunning worden aangevraagd, tenzij er een wachtlijst is. Dit betekent dat zonder wachtlijst bij 1-19 werknemers een recht bestaat op maximaal 3 vergunningen, bij 20-29 werknemers maximaal 4 vergunningen, bij 30-39 werknemers maximaal 5 vergunningen, en zo verder.
Aan een onderneming zonder personeel wordt maximaal 1 ondernemersvergunning verleend. De gegevens van de Kamer van Koophandel en in het BIG-register zijn bepalend.
Voor het bepalen van het maximumaantal vergunningen per onderneming worden de aanvragen van ondernemersvergunningen en dienstverlenersvergunningen bij elkaar opgeteld. Hierop wordt het aantal parkeerplaatsen van de eigen parkeergelegenheid in mindering gebracht. Onder eigen parkeergelegenheid wordt dan verstaan:
een garage of carport behorende bij het bedrijf;
een oprit behorende bij het bedrijf, al dan niet ingericht als parkeerplaats;
een parkeerplaats op eigen terrein behorende bij het bedrijf;
een garage of parkeerplaats (gehuurd of in eigendom) binnen een straal van 100 meter van de hoofdingang van de onderneming waarin het bedrijf gevestigd is;
een bij de onderneming behorende garageplaats in de parkeergarage behorende bij het ondernemingscomplex waarin betrokkene gevestigd is;
Voor de vraag of er sprake is van een garage bij de onderneming is de omgevingsplankaart bepalend. Het gestelde lijdt uitzondering wanneer de garage in overeenstemming met het omgevingsplan voor andere doeleinden wordt gebruikt en de aanvrager dat gebruik kan aantonen.
Wachtlijst
De tweede ondernemingsvergunning wordt slechts verleend indien het maximum aantal beschikbare vergunningen niet bereikt is.
Bij een overschrijding als bedoeld in het voorgaande lid worden aanvragen voor een tweede ondernemersvergunning op volgorde van binnenkomst op een wachtlijst geplaatst, met dien verstande dat aanvragen van ondernemers die niet beschikken over eigen parkeergelegenheid bij hun onderneming boven de aanvragen van ondernemers met eigen parkeergelegenheid worden geplaatst. Dit betreft ook locaties/gebouwen met eigen parkeergelegenheid maar waarvoor extra betaald moet worden.
Onder eigen parkeergelegenheid wordt dan verstaan:
een garage of carport behorende bij het bedrijf;
een oprit behorende bij het bedrijf, al dan niet ingericht als parkeerplaats;
een parkeerplaats op eigen terrein behorende bij het bedrijf;
een garage of parkeerplaats (gehuurd of in eigendom) binnen een straal van 100 meter van de hoofdingang van de onderneming waarin het bedrijf gevestigd is;
een bij de onderneming behorende garageplaats in de parkeergarage behorende bij het ondernemingscomplex waarin betrokkene gevestigd is;
Voor de vraag of er sprake is van een garage bij de onderneming is de omgevingsplankaart bepalend. Het gestelde lijdt uitzondering wanneer de garage in overeenstemming met het omgevingsplan voor andere doeleinden wordt gebruikt en de aanvrager dat gebruik kan aantonen.
Maatschappelijke vergunning
In specifieke, bijzondere of onvoorziene omstandigheden kan het college besluiten van de beleidsregel met betrekking tot het aantal te verstrekken ondernemingsvergunningen zoals aangegeven in artikel 4.3 af te wijken. Hierbij zijn de onderstaande gezichtspunten van toepassing:
Het betreft een niet-commerciële onderneming/instelling zonder winstoogmerk
De onderneming/instelling is belast met een specifieke wettelijke of maatschappelijke taak zoals politie, scholen en aan scholen gelieerde instellingen, zorg- en gemeentelijke instellingen;
De instelling/onderneming moet over mobiliteitsmaatregelen beschikken om het autogebruik van de medewerkers terug te dringen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3