De schipper is verplicht er zorg voor te dragen, dat zijn schip zolang het een ligplaats inneemt, is gemeerd tot genoegen van de havenmeester.
De schipper is verplicht ervoor te zorgen dat de touwen en trossen of draden van zijn schip met de meergelegenheid zodanig zijn verbonden dat aan andere schepen bij de doorvaart van bruggen of van de gebruikelijke vaarweg geen hinder kan worden veroorzaakt.
De schipper is verplicht ervoor zorg te dragen dat zijn schip zolang het een ligplaats inneemt, deugdelijk is vastgemaakt.
Het vastmaken mag niet anders geschieden dan aan de daartoe bestemde middelen of aan schepen welke aan zodanige middelen zijn vastgemaakt.
De schipper is verplicht er zorg voor te dragen, dat de landvasten van zijn schip zodanig zijn aangebracht, dat andere schepen daardoor geen schade of hinder wordt toegebracht.
Het is verboden een schip te meren aan vloed- of wrijfpalen of enig gedeelte van glooiing, wal of kade buiten de daarvoor bestemde meerpalen of anders dan aan de kennelijk daartoe bestemde meervoorzieningen.
Waar geen remmingwerken aanwezig zijn, is de schipper verplicht door het aanbrengen van stootwillen of op een andere wijze ervoor zorg te dragen, dat ten gevolge van het eren van zijn schip geen schade aan enig eigendom van derden kan worden veroorzaakt.
Artikel 3.
Aanleggen schepen
Onderdeel van Nadere regels zoals bedoeld in artikel 1.9 van de Havenbeheersverordening Hoeksche Waard 2025