**a..** Een schipper is verplicht bij het binnenvaren van de haven de motor van zijn schip zo langzaam te doen draaien, dat de bodem van de haven niet wordt geroerd en de gemeerde schepen geen hinder ondervinden van boeg- en hekgolf, de zeilen te strijken, de ankers zodanig neer te leggen, dat de armen daarvan niet buitenboord steken en zoveel mogelijk stuurboord aan te houden, indien een schip met tegengestelde koers nadert.
**b..** Het is een schipper verboden de haven binnen te varen:
indien de diepgang van zijn schip groter is dan de waterstand in de haven toelaat;
indien zijn schip in zinkende toestand verkeert, tenzij de opvarenden in levensgevaar verkeren.
**c..** Het is een schipper verboden in de haven te varen:
anders dan met een redelijk doel;
met een hogere snelheid dan 5km per uur over de wal gemeten;
wanneer zijn schip onvoldoende bemand of getuigd is, dan wel overladen of zinkende is.
Artikel 8.
Varen in de haven
Onderdeel van Nadere regels zoals bedoeld in artikel 1.9 van de Havenbeheersverordening Hoeksche Waard 2025