In aanvulling op artikel 1.7 kan het college een subsidie voor de voorbereiding van VE geheel of gedeeltelijk weigeren als:
naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op voldoende deelname van kinderen en kinderen met een voorschooladvies;
naar het oordeel van het college onvoldoende samenwerking is met basisscholen in de buurt;
naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op het realiseren van een kwalitatief goed aanbod van VE;
de beroepskrachten VE niet voldoen aan de Amsterdamse taalnorm;
een opleidingsplan waarmee binnen een redelijke termijn alle beroepskrachten VE worden opgeleid om te voldoen aan de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid, ontbreekt; of
voor het kindercentrum of de groep eerder subsidie is verleend voor de voorbereiding op of voor het uitvoeren van VE.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.4
Aanvullende weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam