In aanvulling op artikel 1.7 kan het college geheel of gedeeltelijk een subsidie voor de voorbereiding van een aangepast ontwikkelaanbod voor een kinderopvangzorggroep, weigeren te verlenen als:
naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op voldoende deelname van kinderen met een ontwikkelingsachterstand uit de buurt;
de aanvrager naar het oordeel van het college niet aantoonbaar beschikt over de ervaring en expertise die nodig is voor een kinderopvangzorggroep;
naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op het realiseren van een kwalitatief goed en passend ontwikkelaanbod voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand;
de in te zetten beroepskrachten VE niet voldoen aan de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid;
indien de intentieverklaring van de aanvullende jeugdhulppartner ontbreekt;
een opleidingsplan ontbreekt, dat voorziet in voldoende specialistische scholing gericht op kinderen met een ontwikkelingsachterstand, voor elke in te zetten beroepskracht VE; of
voor de groep eerder subsidie is verleend voor de voorbereiding van een kinderopvangzorggroep.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.4
Aanvullende weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam