Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.4

Aanvullende weigeringsgronden

Onderdeel van Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam

In aanvulling op artikel 1.7 kan het college geheel of gedeeltelijk een subsidie voor de voorbereiding van een aangepast ontwikkelaanbod voor een kinderopvangzorggroep, weigeren te verlenen als: naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op voldoende deelname van kinderen met een ontwikkelingsachterstand uit de buurt; de aanvrager naar het oordeel van het college niet aantoonbaar beschikt over de ervaring en expertise die nodig is voor een kinderopvangzorggroep; naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op het realiseren van een kwalitatief goed en passend ontwikkelaanbod voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand; de in te zetten beroepskrachten VE niet voldoen aan de Amsterdamse norm voor startbekwaamheid; indien de intentieverklaring van de aanvullende jeugdhulppartner ontbreekt; een opleidingsplan ontbreekt, dat voorziet in voldoende specialistische scholing gericht op kinderen met een ontwikkelingsachterstand, voor elke in te zetten beroepskracht VE; of voor de groep eerder subsidie is verleend voor de voorbereiding van een kinderopvangzorggroep.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel