In aanvulling op artikel 1.7 kan het college geheel of gedeeltelijk een subsidie voor het uitvoeren van een aangepast ontwikkelaanbod in een kinderopvangzorggroep, weigeren te verlenen als:
naar het oordeel van het college onvoldoende zicht is op het aantrekken van voldoende kinderen;
een samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot de inzet van de aanvullende jeugdhulppartner ontbreekt of naar het oordeel van het college onvoldoende wordt samengewerkt;
uit onderzoek van de toezichthouder blijkt dat niet wordt voldaan aan het Amsterdams profiel voorschools aanbod; of
één of meer beroepskrachten VE onvoldoende specialistische scholing gericht op kinderen met een ontwikkelingsachterstand hebben gevolgd of zullen volgen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.9
Aanvullende weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling Voorschoolse educatie en kinderopvangzorggroepen Amsterdam