Aan het raadslid wordt met ingang van de dag van de beëdiging een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Dit bedrag is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de gemeenteklasse 12 vastgestelde maximum. De vergoeding eindigt op het tijdstip van beëindiging van het raadslidmaatschap.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2
Vergoeding voor de werkzaamheden
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden