**1..** Aan het raadslid wordt met ingang van de dag van de beëdiging een
vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
verbonden kosten gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 6,
vermeld in in tabel II, van het Rechtspositiebesluit raads- en
commissieleden toegekend.
**2..** Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
aangemerkt, is in afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding
gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 6, vermeld in tabel III
van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
**3..** De vergoeding eindigt op het tijdstip van beëindiging van het
raadslidmaatschap.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3
Onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden