**1..** Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed:
de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
bij gebruik van een eigen vervoersmiddel is het maximumbedrag gelijk aan dat, wat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt.
**2..** Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed;
**3..** Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
**4..** Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.
**5..** De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.
**6..** Declaraties van reis- en verblijfkosten en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na datum van de gebeurtenis, ingediend bij de griffier.
Artikel 3.
Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente West Betuwe 2025