**1..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld, dan wel op andere wijze teniet gegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten, overeenkomstig de door zijn te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
**2..** Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
**3..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voorbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijke gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorziening te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
**4..** Indien houtopstand behorende bij een erkende waardevolle standplaats wordt geveld, dient op deze waardevolle standplaats te allen tijde, op korte termijn, een nieuwe duurzame houtopstand op juiste wijze te worden aangeplant.
**5..** Degenen aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4.3.6
Herplant- instandhoudingplicht
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Opmeer 2007