Er zijn twee veel voorkomende pachtvormen, namelijk:
1. Reguliere pacht
Een reguliere pachtovereenkomst kan worden aangegaan voor een hoeve (een agrarische woning of boerderij met schuur en stallen en het land dat erbij hoort) en voor los land (een perceel grond zonder hoeve dat in gebruik is voor landbouw). De pachtduur voor los land is minimaal 6 jaar en voor een hoeve minimaal 12 jaar. Daarna wordt de reguliere pacht telkens automatisch met 6 jaar verlengd (behoudens tijdige opzegging).
Bij reguliere pacht heeft de pachter een wettelijk voorkeursrecht van koop. Er geldt een maximale pachtprijs, de zogeheten regionorm, die jaarlijks door de Rijksoverheid wordt vastgesteld. De pachtprijs wordt door de Grondkamer getoetst.
2. Geliberaliseerde pacht
Een geliberaliseerde pachtovereenkomst kan alleen worden aangegaan voor los land. De regels zijn echter flexibeler dan bij reguliere pacht. Zo kunnen pachter en verpachter zelf de pachtduur bepalen en wordt de pachtovereenkomst niet automatisch verlengd. Ook heeft de pachter geen voorkeurs-recht van koop. Bij een looptijd korter dan 6 jaar is de pachtprijs niet aan een maximum gebonden. Alleen bij een looptijd langer dan 6 jaar wordt de pachtprijs door de Grondkamer getoetst.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1.
Artikel 2.1.1.
Soorten pachtovereenkomsten
Onderdeel van Beleidsnota tijdelijk beheer gemeentelijke landbouwgronden