Dit beleid staat los van de strafrechtelijke of civielrechtelijke aanpak. De verantwoordelijkheden van de burgemeester zijn anders dan die van het Openbaar Ministerie of een verhuurder en de maatregelen die de burgemeester neemt zijn niet bestraffend bedoelt. In deze beleidsregel is alleen beschreven hoe de burgemeester van Alkmaar met de bevoegdheid van artikel 13b omgaat. Waar nodig wordt bij het uitvoeren van de beleidsregel maatwerk toegepast.
Op grond van artikel 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden om verdovende middelen te telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, af te leveren, verstrekken of vervoeren, aanwezig te hebben of te vervaardigen. Artikel 13b Opiumwet biedt de mogelijkheid om bestuurlijke maatregelen op te leggen wanneer artikel 2 of 3 van de Opiumwet wordt overtreden. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b van de Opiumwet blijkt dat dit artikel is bedoeld als sluitingsmaatregel en dat afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan worden gekozen voor een lichtere maatregel zoals een last onder dwangsom (artikel 5:32 eerste lid Awb)of een waarschuwing. Bij het overtreden van artikel 13b Opiumwet wordt eerst een waarschuwing gegeven. Wanneer er sprake is van verzwarende omstandigheden of herhaalde overtreding (recidive) wordt de mogelijkheid van sluiting ingezet. De burgemeester is ook bevoegd een pand te sluiten indien sprake is van voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van artikel 10a, eerste lid, onder 3 of artikel 11a van de Opiumwet. Het betreft voorwerpen zoals gereedschappen, instrumenten en apparatuur bedoeld voor het vervaardigen van soft- en harddrugs. Voor wat betreft stoffen gaat het om versnijdingsmiddelen en andere grondstoffen. Bij het aantreffen van voorbereidingshandelingen wordt altijd maatwerk toegepast en geldt deze beleidsregel slechts als richtlijn.
Artikel 13b Opiumwet is niet gericht op de bewoner of eigenaar, maar op de locatie (woning of lokaal). Voor het toepassen van dit artikel is niet vereist dat er daadwerkelijk handel in drugs plaatsvindt. Voldoende is dat drugs aanwezig is met het kennelijke doel dit te verkopen, af te leveren of te verstrekken.
In de aanwijzing Opiumwet1Opgesteld door het college van procureurs generaal van het Openbaar Ministerie is bepaald dat maximaal 5 hennepplanten, maximaal 5 gram softdrugs of maximaal 0,5 gram harddrugs (dit wordt vertaald als: 1 pil/tablet, 1 bolletje, 1 ampul of 1 wikkel harddrugs of 5 ml GHB) als een hoeveelheid voor eigen gebruik wordt aangemerkt.
Bij grotere hoeveelheden wordt aangenomen dat het om een handelshoeveelheid gaat en dat er dus sprake is van het kennelijke doel dit te verkopen, afleveren of verstrekken. Bij het beoordelen of een bestuurlijke maatregel wordt ingezet sluit de burgemeester aan bij deze Aanwijzing Opiumwet. Afval (resten) worden gezien als product en tellen mee bij de beoordeling of een bestuurlijke maatregel noodzakelijk is.
Deze beleidsregel geldt voor woningen en lokalen met bijbehorende erven, maar niet voor coffeeshops en wordt alleen toegepast bij het aantreffen van handelshoeveelheden.