In plaats van het oude exploitatieplan is het publiekrechtelijke kostenverhaal nu geïntegreerd in het omgevingsplan, het projectbesluit of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit systeem maakt het mogelijk om de kosten van noodzakelijke voorzieningen te verhalen via deze instrumenten, afhankelijk van het type gebiedsontwikkeling.
In situaties waarbij de gemeente er niet in geslaagd is met (alle) (particuliere) eigenaren in het exploitatiegebied een (anterieure) overeenkomst te sluiten, kan het kostenverhaal alsnog via het omgevingsplan worden geregeld. Dit kan voor zowel kostenverhaal met als zonder tijdvak, afhankelijk van de aard van het gebiedsontwikkelingsplan. De term grondexploitatiekosten is vervangen door kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen. De plicht tot jaarlijkse actualisatie van de cijfers is eveneens opgeheven.
Als bij kostenverhaal geen anterieure overeenkomst tot stand komt met de ontwikkelende partij in het kader van privaatrecht, verplicht de Omgevingswet om over te gaan op publiekrechtelijk kostenverhaal. Dit systeem maakt het mogelijk om de kosten van noodzakelijke voorzieningen te verhalen via deze instrumenten, afhankelijk van het type gebiedsontwikkeling.
Het publiekrechtelijke kostenverhaal wordt gevormd door een combinatie van twee instrumenten die de Omgevingswet biedt:
de kostenverhaalregels in het omgevingsplan; dit kan voor zowel kostenverhaal met als zonder tijdvak, afhankelijk van de aard van het gebiedsontwikkelingsplan.
voorschriften aan een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en de kostenverhaalsbeschikking.
Onder de Omgevingswet maken de kostenverhaalregels onderdeel uit van het omgevingsplan of de vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het onder de Wro zelfstandige planfiguur exploitatieplan is daarmee komen te vervallen. In het omgevingsplan kunnen op grond van de Omgevingswet ook regels over locatie-eisen, aanbesteding en woningbouwcategorieën worden opgenomen. Deze moesten onder de Wro worden opgenomen in het exploitatieplan. Een specifieke grondslag daarvoor is onder de Omgevingswet niet meer nodig.
Beleidsuitgangspunt 5
Als er geen anterieure overeenkomst kan worden gesloten waarin de financiële bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit (volgens artikel 13.22 van de Omgevingswet) wordt vastgelegd, moet worden onderzocht of deze bijdrage op grond van artikel 13.23 alsnog kan worden opgenomen in het omgevingsplan.
PTP-criteria
Als de gemeente het publiekrechtelijk spoor volgt is het van belang goed inzicht te hebben op de in verhaalbare kostensoorten. De gemeente moet zich aan drie beginselen houden. Voldoen ze daar niet aan, dan kunnen ze niet worden verhaald. Aan de hand van de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit (de zogenaamde PTP-criteria) moet worden bepaald of de kosten geheel of deels aan een kostenverhaalsgebied kunnen worden toegerekend. Deze criteria omvatten:
Profijt: het kostenverhaalsgebied moet nut hebben van de voorzieningen en maatregelen waarvoor kosten worden gemaakt;
Toerekenbaarheid: er moet causaal verband zijn tussen de kosten en hetgeen in het kostenverhaalsgebied wordt ontwikkeld;
Proportionaliteit: de kosten worden verdeeld naar rato van het profijt. Als een locatie meer profijt heeft van een voorziening of maatregel dan draagt deze locatie meer bij.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.4.
Publiekrechtelijk spoor
Onderdeel van Nota Grondbeleid 2025-2029