Risicobeheersing vindt plaats door het benoemen en monitoren van mogelijke risico’s in de grondexploitatie, zoals vertragingen, tegenvallende grondverkopen of prijsdalingen. Instrumenten binnen de planexploitatie, zoals signalering van verwachte of daadwerkelijke budgetoverschrijdingen, helpen bij het tijdig herkennen van deze risico’s.
Als tijdens een tussentijdse herziening tegenvallers worden vastgesteld, kunnen deze worden opgevangen door:
Dekking uit de post ‘onvoorzien’ binnen de grondexploitatie;
Het vormen van een afzonderlijke voorziening ten laste van de Reserve grondbedrijf.
De Algemene Reserve grondbedrijf fungeert als financiële buffer voor het opvangen van risico’s die voortkomen uit de grondexploitaties. Deze reserve wordt gevoed door (tussentijdse) winstnemingen uit de diverse projecten. Bij verlieslatende projecten kan een onttrekking uit deze reserve plaatsvinden. Als een project bij afronding een positief resultaat heeft, wordt dit toegevoegd aan de reserve.
Wanneer de Algemene Reserve grondbedrijf niet toereikend is om tekorten of risico’s af te dekken, kan een beroep worden gedaan op de Algemene reserve van de algemene dienst. Belangrijk hierbij is dat het grondbedrijf en de algemene dienst financieel gescheiden opereren.
Weerstandsvermogen en -ratio
Een voldoende weerstandsvermogen is essentieel vanwege het hogere risicoprofiel van grondexploitaties in vergelijking met reguliere gemeentelijke activiteiten. Door de lange doorlooptijd van projecten is er een verhoogd risico op marktschommelingen, wat invloed kan hebben op de waardering van gronden en het eindresultaat van exploitatieprojecten.
Het aanwezige weerstandsvermogen wordt bepaald op basis van:
De hoogte van de Reserve grondbedrijf
+
De som van de geprognosticeerde batige (positieve) resultaten in de lopende gemeentelijke grondexploitaties
-/-
De aanwezige risico’s binnen die grondexploitaties
+
De gegarandeerde baten en lasten die specifiek zijn toe te rekenen aan de Algemene reserve grondbedrijf voor de komende jaren
De weerstandsratio geeft inzicht in de mate waarin het grondbedrijf in staat is om zelf financiële risico’s op te vangen, zonder direct beroep te doen op andere gemeentelijke middelen. De ratio is de uitkomst van de formule:
Weerstandsratio =
Aanwezig weerstandsvermogen
Benodigd weerstandsvermogen
De ratio wordt als volgt ingedeeld:
Weerstandsratio
Beoordeling
2,0
uitstekend
1,4 – 2,0
ruim voldoende
1,0 – 1,4
voldoende
0,8 – 1,0
matig
0,6 – 0,8
onvoldoende
< 0,6
ruim onvoldoende
Jaarlijks, voorafgaand aan het vaststellen van de jaarrekening, worden de hoogte van de Algemene reserve grondbedrijf, het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen beoordeeld. De risico’s van de lopende grondexploitaties worden geëvalueerd en verwerkt in het risicoregister van het grondbedrijf. Op basis daarvan wordt de weerstandscapaciteit en de weerstandsratio vastgesteld. Dit vormt onderdeel van de Nota Actualisatie Grondexploitaties(NAG), die gelijktijdig met de jaarrekening wordt opgesteld.
Binnen de gemeente Castricum is de Algemene reserve grondbedrijf als incidenteel weerstandsvermogen aangemerkt. Deze reserve is de enige vrije reserve binnen de grondexploitatie en vergelijkbaar met de Algemene reserve op concernniveau, met als primaire doelstelling het afdekken van risico’s die direct gerelateerd zijn aan het taakgebied grondexploitatie
Beleidsuitgangspunt 10
De gemeenteraad ontvangt ten minste eenmaal per jaar ter vaststelling de geactualiseerde Nota Actualisatie Grondexploitaties (NAG), bestaande uit een overzicht van alle actieve grondexploitaties.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.8
Artikel 6.8.3.
Bewaken en bijsturen van de grondexploitatie
Onderdeel van Nota Grondbeleid 2025-2029