Voor zover het verstrekken van subsidies, in de gevallen genoemd in art. 4:41, tweede lid Awb, heeft geleid tot vermogensvorming is de subsidieontvanger daarvoor een vergoeding verschuldigd aan de gemeente.
De hoogte van de in de eerste zin bedoelde vergoeding wordt door het college vastgesteld in evenredigheid met het aandeel dat de subsidieverstrekking aan die vermogensvorming heeft bijgedragen. De formule t.b.v. de berekening is opgenomen in het subsidieprogramma.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 19:
vergoeding over vermogensvorming
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Opmeer 2008