Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1

Artikel 4.1.2.

Gemeentelijk voorkeursrecht

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2025-2029

In het traject van minnelijke verwerving heeft de gemeente een publiekrechtelijk sturingsinstrument. Het vestigen van een voorkeursrecht op grond van artikel 9.1 Omgevingswet geeft gemeenten de mogelijkheid een voorrangspositie te verkrijgen bij de verwerving van gronden en opstallen in een gebied waar ruimtelijke ontwikkelingen gaan plaatsvinden. Hiermee wordt de mogelijkheid tot verwerving door de gemeente vergroot. Immers bij vervreemding (verkoop) moet de eigenaar het perceel (al dan niet met opstallen) eerst aan de gemeente aanbieden. Het beperkt de verhandelbaarheid, gaat speculatie tegen en biedt de gemeente inzicht in de bewegingen van de grondmarkt. Of het nodig, mogelijk en wenselijk is om gebruik te maken van de gemeentelijke bevoegdheid om een voorkeursrecht te vestigen, is afhankelijk van de concrete omstandigheden van een project, waaronder de fase en de juridische status van de planvorming. Het voorkeursrecht is slechts voor een bepaalde tijd geldig. Overwegingen voor het vestigen gemeentelijk voorkeursrecht Onderstaand wordt een overzicht van de strategische afwegingen voor inzet van het gemeentelijk voorkeursrecht gegeven: Wil de gemeente de grond van de onderhavige locatie zelf verwerven en (tijdelijk) beheren? Is er voldoende budget beschikbaar? Is te verwachten dat ontwikkelaars grondposities willen innemen op de locatie? Wil de gemeente het signaal afgeven dat de onderhavige grond in de toekomst zal worden ontwikkeld en wellicht een prijsopdrijvend effect veroorzaken? Is te verwachten dat het vestigen van het voorkeursrecht de prijsontwikkeling 'dempt' of juist opdrijft in het geval van een niet-rendabele bestemming? Beïnvloedt het vestigen van het voorkeursrecht de verhoudingen met grondeigenaren? Met het vestigen van een voorkeursrecht is de gemeente nog niet zeker van de verwerving. De grondeigenaar is niet verplicht zijn grond te koop aan te bieden aan de gemeente. Als de grond formeel wordt aangeboden aan de gemeente dan neemt het College binnen zes weken een beginselbesluit en volgen er onderhandelingen om tot overeenstemming te komen. Lukt dit niet dan kan de aanbiedende partij de gemeente verzoeken om de rechtbank te vragen een waarde vaststellingsprocedure te starten. Deskundigen bepalen dan, op verzoek van de rechtbank, de waarde. Komen partijen dan nog niet tot overeenstemming dan wordt de rechter gevraagd de waarde vast te stellen. De aanbieder is niet verplicht om tot verkoop over te gaan. Doet hij dat wel én binnen 3 maanden na de uitspraak dan is de gemeente verplicht om aan te kopen tegen de door de rechter vastgestelde waarde. De gemeente betaalt in alle gevallen de totale proceskosten. Besluitvorming raad Als er sprake is van een actief grondbeleid en de gemeente wil een voorkeurspositie verkrijgen op een perceel grond, dan is de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) een sturingsmiddel wat gebruikt kan worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel