Onder sociale huurwoningen wordt verstaan:
Woningen in beheer van een woningcorporatie en vallend onder de diensten van algemeen economisch belang (DAEB) als bedoeld in artikel 47 van de woningwet of;
Woningen waarbij:
De aanvangshuur niet hoger is dan € 900,07 per maand (prijspeil 2025);
De maximale huurprijs wordt bepaald door het aantal punten dat volgt uit het landelijke woningwaarderingsstelsel;
De maximale huurverhoging aansluit bij de huurverhoging zoals die jaarlijks door de rijksoverheid wordt bepaald voor sociale huurwoningen;
Er verhuurd wordt aan inwoners met een inkomen onder de DAEB-inkomensgrens;
Er een instandhoudingstermijn als zijnde een sociale huurwoning geldt voor ten minste 25 jaar.
Voor sociale huurwoningen zijn de opbrengsten (huur) namelijk vaak lager dan de bouw- en exploitatiekosten.
Daarmee wordt de residuele waarde negatief. Omdat dit in de huidige markt nog steeds van toepassing is, wordt voorgesteld om een vaste grondprijs voor sociale woningen in de huursector te hanteren. Hierbij moet onderscheid gemaakt worden tussen eengezinswoningen en meergezinswoningen, aangezien deze verschillende grondwaardes vertegenwoordigen.