Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 4

Artikel 4.11

Schoonmaken en ventileren van ladingtanks of sloptanks van tankschepen

Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Den Helder tot vaststelling van regels voor het gebruik van de haven (Havenverordening Den Helder)

1.. Een tankschip mag haar ladingtanks of sloptanks leeg van de volgende stoffen alleen gesloten schoonmaken: een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge de IBC Code vervoerd moet worden in een tank met een aansluitmogelijkheid voor een dampretourleiding; een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge het ADN gesloten vervoerd moet worden; een vloeistof als bedoeld in bijlage 2, of een vluchtige organische stof. 2.. Ladingtanks of sloptanks van een tankschip, leeg van andere stoffen als bedoeld in het eerste lid mogen open worden schoongemaakt op de daartoe door de havenmeester aangewezen locaties. 3.. Ladingtanks van een tankschip dat vloeibare gassen als bedoeld in het ADN of de IGC­ code vervoert mogen alleen worden schoongemaakt als het schip op de ligplaats ligt: op een locatie waar deze schoonmaakactiviteiten zijn toegestaan, en op deze locatie de restanten van de vloeibare gassen in ontvangst worden genomen. 4.. Het ventileren van ladingtanks of sloptanks van een tankschip, is alleen toegestaan op de daartoe door de havenmeester aangewezen locaties. 5.. Wat in het tweede en vierde lid staat, geldt niet voor de stoffen die zijn genoemd in bijlage 2 6.. Het college kan nadere regels stellen omtrent het beperken of verbieden van schoonmaken of ventileren buiten bedrijven indien de atmosferische of plaatselijke omstandigheden zodanig zijn dat door het vrijkomen van de betrokken stoffen gevaar, schade, stankhinder of andere hinder ontstaat of kan ontstaan. 7.. Voorafgaand aan het schoonmaken of ventileren wordt een melding gedaan aan de havenmeester.

Rechtspraak bij dit artikel