Een persoon komt niet in aanmerking voor huishoudelijke ondersteuning als één of meer huisgenoten in staat worden geacht het huishoudelijk werk te verrichten (zie ook 3.5).
Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van echtgenoten, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Deze hulp is uitsluitend aan de orde wanneer sprake is van een leefeenheid waarin men gezamenlijk in één woning woont. Bij het onderzoek naar de noodzaak van ondersteuning, zoals bedoeld in artikel 2.3, wordt beoordeeld:
of de gevraagde hulp onder gebruikelijke hulp valt; en
of deze hulp feitelijk geleverd kan worden.
Bij een leefeenheid waarin kinderen aanwezig zijn, wordt verwacht dat zij – afhankelijk van leeftijd, ontwikkeling en belastbaarheid – een bijdrage leveren aan het huishouden. Daarbij gelden de volgende richtlijnen:
Kinderen tot 5 jaar: van hen wordt geen bijdrage aan huishoudelijke taken verwacht.
Kinderen van 5 tot en met 18 jaar: kunnen, afhankelijk van hun individuele mogelijkheden, worden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden. Voorbeelden hiervan zijn:
opruimen van eigen spullen;
de tafel dekken en afruimen;
afwassen of afdrogen;
de eigen kamer opruimen en stofzuigen;
kleding in de wasmand doen.
Bij deze beoordeling wordt rekening gehouden met de ontwikkelingsfase, het psychosociaal functioneren, en het welbevinden van het kind. De schoolprestaties maken hiervan expliciet deel uit.
Huisgenoten van 18 jaar en ouder
Alle huisgenoten van 18 jaar of ouder worden geacht naar draagkracht bij te dragen aan het uitvoeren van huishoudelijke taken, ongeacht of zij een voltijdstudie volgen of voltijds werken. Deze bijdrage wordt als verplichtend beschouwd binnen de leefeenheid.
Er wordt geen rekening mee gehouden of iemand de huishoudelijke werkzaamheden niet wil doen of al dan niet gewend is te doen. Er wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, de wijze van inkomensverwerving, drukke werkzaamheden/lange werkweken of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke taken.
Als personen uit de leefeenheid nog nooit huishoudelijke werkzaamheden hebben gedaan, en dit niet kunnen, kan via een tijdelijke indicatie hulp geboden worden bij het aanleren hiervan. Het gaat dan om advies, instructie, voorlichting (AIV) gericht op het huishouden. De taak wordt niet overgenomen maar via instructies gestuurd.
In bepaalde individuele gevallen kan er aanleiding zijn om van AIV af te zien en regulier huishoudelijke ondersteuning toe te kennen, bijvoorbeeld bij mensen met een (zeer) hoge leeftijd waarbij redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat zij zich de huishoudelijke taken nog eigen kunnen maken.
Uitzonderingen voor gebruikelijke hulp
Medisch geobjectiveerde aandoening
Als uit objectief medisch onderzoek blijkt dat een huisgenoot aantoonbare beperkingen heeft waardoor de huishoudelijke werkzaamheden redelijkerwijs niet kunnen worden overgenomen.
(Dreigende) overbelasting
In geval van (dreigende) overbelasting van degene die de gebruikelijke zorg levert, zal huishoudelijke ondersteuning in beginsel van korte duur zijn, te denken valt aan 3-6 maanden. In deze periode wordt de leefeenheid de gelegenheid gegeven een oplossing te realiseren voor de ontstane situatie.
Fysieke afwezigheid in verband met werk
Over het algemeen zal alleen rekening worden gehouden met personen die vanwege hun werkzaamheden langdurig van huis zijn. Daardoor zijn zij niet in staat het huishoudelijk werk over te nemen. De afwezigheid dient te voldoen aan de volgende kenmerken:
het is inherent aan het werk, en
heeft een verplichtend karakter, en
is structureel van aard.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4
Artikel 4.4.3
Gebruikelijke hulp
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning Heemstede 2025