Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4

Artikel 4.4.5

Nadere toelichting resultaatgebieden

Onderdeel van Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning Heemstede 2025

Ruimtes waar huishoudelijke ondersteuning betrekking op heeft: De huishoudelijke hulp maakt schoon in de woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, toilet en hal (met trap). Ruimten zoals berging, logeerkamer, zolder en de buitenruimten worden niet schoongemaakt door de huishoudelijke hulp. Terminologie extra kamer ‘in gebruik’ heeft betrekking op wel of geen slaapkamer: De terminologie waar deze omschrijving op rust is: een extra kamer ‘in gebruik als slaapkamer’ of een extra kamer ‘niet in gebruik als slaapkamer’. Als het geen slaapkamer is die frequent wordt gebruikt door personen binnen de gezamenlijke huishouding, of het is bijvoorbeeld een hobbykamer, dan is het dus voor ‘iets anders’ en dan maakt het in principe niet uit waarvoor dat is. Boodschappen en/of maaltijden De cliënt moet kunnen beschikken over maaltijden en/of de boodschappen om de maaltijden te kunnen bereiden. Wanneer het iemand door zijn of haar (tijdelijke) beperkingen niet lukt de maaltijd te verzorgen kan, als voorliggende voorzieningen (zoals boodschappen- en maaltijdenservice/kant-en-klaar maaltijden) ontoereikend zijn, ondersteuning worden ingezet. Het toedienen van de maaltijd valt buiten de kaders van de Wmo. Als er om medische/geneeskundige redenen hulp nodig is bij de maaltijden, ligt de indicatie (en financiering) hiervoor bij de Zvw. Dit kan ook gelden voor de hierboven genoemde vormen van maaltijdondersteuning (bereiden, klaarzetten, aansporen en toezien). De ondersteuning met betrekking tot boodschappen en/of maaltijden kan worden ingezet bij de producten HO2 en HO3. Dit is afhankelijk van de situatie en daarmee maatwerk. Het verzorgen van kinderen Het gaat om de dagelijkse, gebruikelijke hulp voor kinderen die tot het gezin behoren als beide ouders niet in staat zijn deze te leveren. Bij uitval van één van de ouders dient de andere ouder de zorg voor de kinderen over te nemen. Van ouders wordt verwacht dat zij zoeken naar eigen oplossingen: zorgverlof, mantelzorg, inzet sociaal netwerk en andere voorliggende voorzieningen zoals Buurtgezinnen en kinderopvang (t/m 5 dagen per week). Als deze eigen oplossingen (nog) niet aanwezig, niet toepasbaar of uitgeput zijn, is hulp voor een korte periode mogelijk zodat de ouder(s) de gelegenheid krijgt een eigen oplossing te realiseren. De tijdelijke opvang en/of verzorging van kinderen valt onder organisatie van het huishouden. Het kan zijn dat een ouder ten gevolge van beperkingen tijdelijk niet in staat is de verzorging en/of opvang van gezonde kinderen uit te voeren. Het kan dan gaan om persoonlijke verzorging, begeleiding en opvoedingsactiviteiten. Conform de richtlijn indicatiestelling van de MOzaak worden voor tijdelijke opvang en/of verzorging van kinderen de volgende normtijden gehanteerd; naar bed brengen/uit bed halen 10 minuten per keer per kind; wassen en kleden 10 minuten per dag per kind; eten en/of drinken geven 20 minuten per broodmaaltijd en 25 minuten per warme maaltijd; babyvoeding: flesje/borstvoeding 20 minuten per keer per kind; luier verschonen 10 minuten per keer per kind; naar school/crèche brengen/halen 15 minuten per keer per gezin. Als meer opvang noodzakelijk is kan meer tijd worden geïndiceerd tot maximaal 40 uur per week aanvullend op de eigen mogelijkheden, zoals zorgverlof, crèche, kinderopvang, buitenschoolse/tussenschoolse opvang, gastouder, etc. De maximale duur voor opvang is 3 maanden.

Rechtspraak bij dit artikel