Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6:

Artikel 23.

Afbakening Jeugdwet en Passend Onderwijs

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Midden - Drenthe 2025

1.. Ondersteuning die is gericht op het volgen van het onderwijsprogramma, het behalen van onderwijsdoelen of het bevorderen van onderwijsontwikkeling, valt onder passend onderwijs. Het college kent hiervoor geen voorziening toe op grond van de Jeugdwet. 2.. Indien een jeugdige op grond van de onderwijswetgeving (Wet op het primair onderwijs, Wet voortgezet onderwijs en Wet educatie en beroepsonderwijs) aanspraak heeft op ondersteuning is deze wetgeving voorliggend en prevaleert deze op de Jeugdwet. Het college wijst in dat geval een aanvraag op grond van de Jeugdwet af, ongeacht of de ondersteuning mede bijdraagt aan bredere ontwikkeldoelen buiten het onderwijsdomein. Het enkele feit dat de ondersteuning bijdraagt aan de ontwikkeling van de jeugdige is onvoldoende voor toekenning onder de Jeugdwet, als het hoofddoel onder onderwijswetgeving valt. 3.. De volgende vormen van ondersteuning op school kunnen onder voorwaarden vallen onder de Jeugdwet: Begeleiding en persoonlijke verzorging op school in verband met opgroei- of opvoedingsproblemen of psychische stoornissen, voor zover: is vastgesteld dat algemene of voorliggende voorzieningen ontoereikend zijn; de ondersteuning aantoonbaar niet leverbaar is vanuit het schoolbudget, en inzet van jeugdhulp vereist is vanwege de aard van de problematiek; en deze inzet niet geleverd kan worden vanuit de reguliere onderwijsstructuur. Medische handelingen op school, zoals het toedienen van medicatie, het meten van bloedsuikerwaarden of andere vormen van geneeskundige zorg, vallen niet onder de Jeugdwet. Deze zorg valt onder de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg of, indien van toepassing, onder de verantwoordelijkheid van ouder(s) of verzorger(s). 4.. Indien jeugdhulp aanvullend wordt ingezet naast onderwijs gerelateerde ondersteuning stemt het college deze af met de school. De inzet is uitsluitend gericht op het vergroten van de ontwikkelkansen van de jeugdige binnen het onderwijs. De afstemming vindt plaats via vastgestelde overlegstructuren met het samenwerkingsverband passend onderwijs. 5.. Bij twijfel over de toepasselijke wetgeving stelt het college in afstemming met de betrokken instellingen een onderbouwde analyse op van het ontwikkel- en ondersteuningsperspectief. Deze is gebaseerd op het ontwikkelperspectief van de jeugdige, het onderwijsperspectiefplan en informatie van betrokken professionals. De analyse wordt schriftelijk vastgelegd, vormt de basis voor besluitvorming over de inzet van jeugdhulp en is onderdeel van de beschikking. 6.. Het college zorgt ervoor dat alle locaties voor kinderopvang, peuterspeelzaal, primair en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs een contactpersoon hebben bij het team Jeugd. 7.. Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de in lid 6 genoemde contactpersonen en de leerplichtambtenaren.

Rechtspraak bij dit artikel