Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6:

Artikel 28.

overgang naar volwassenzorg/ verlengde jeugdwet

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Midden - Drenthe 2025

1.. Het college kan jeugdhulp blijven verlenen aan een jongere van 18 jaar of ouder, tot maximaal 23 jaar, indien aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: de jeugdhulp is gestart vóór het bereiken van de leeftijd van 18 jaar en voortzetting is noodzakelijk; vóór het bereiken van de leeftijd van 18 jaar is vastgesteld dat de jeugdhulp na het 18e jaar noodzakelijk zal zijn; de jeugdhulp is gestart vóór het 18e jaar, beëindigd en binnen zes maanden na beëindiging blijkt dat hervatting van de hulp noodzakelijk is. 2.. Verlengde jeugdhulp wordt uitsluitend ingezet indien en voor zover de benodigde ondersteuning niet overgaat naar een ander wettelijk kader, zoals de Wmo 2015, de Zvw of de Wlz. 3.. Het college beoordeelt of verlengde jeugdhulp noodzakelijk is ter afronding van de hulp of ter voorbereiding op passende ondersteuning of zelfstandigheid. 4.. In geval van verlengde jeugdhulp stelt het college een plan van aanpak op, waarin in ieder geval zijn opgenomen: de doelen van de verlengde hulp; de verwachte duur van de voortzetting; de wijze van afbouw of overdracht naar volwassenenzorg. 5.. Indien naar verwachting na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar ondersteuning noodzakelijk blijft, treft het college uiterlijk in het tweede kwartaal van het 17de levensjaar voorbereidingen voor een tijdige, samenhangende en passende overdracht naar een ander wettelijk kader. 6.. De jeugdhulpaanbieder stelt voor iedere jeugdige die vanaf het 16e levensjaar jeugdhulp ontvangt een perspectiefplan op. Dit plan beschrijft: de ondersteuning die nodig is vanaf de 18e verjaardag; het wettelijke kader van waaruit die ondersteuning wordt voortgezet (bijvoorbeeld Wmo 2015, Wlz, Zorgverzekeringswet of verlengde Jeugdwet); concrete acties, termijnen en verantwoordelijken voor de overdracht. 7.. De jeugdhulpaanbieder stelt het perspectiefplan op in samenspraak met de jeugdige, diens ouder(s) of verzorger(s) en het college, en draagt zorg voor tijdige afstemming met de toekomstige uitvoeringsorganisatie. 8.. Het college beoordeelt daarbij in overleg met de jeugdige en diens ouder(s) of verzorger(s): welke ondersteuning noodzakelijk blijft na het 18de jaar; welk wettelijk kader daarvoor passend is; welke stappen en termijnen nodig zijn om continuïteit van zorg te waarborgen.

Rechtspraak bij dit artikel