**4..** Het college trekt de standplaatsvergunning in:
op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;
bij overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid of ondercuratelestelling van de vergunninghouder. Tenzij de vaste standplaatsvergunning overeenkomstig artikel 9 binnen twee maanden is overgeschreven aan een opvolger.
**5..** Het college kan de standplaatsvergunning intrekken:
als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
bij wangedrag of wanbetaling van de vergunninghouder;
als de standplaats gedurende 8 achtereenvolgende weken niet in gebruik is genomen;
als dat vanuit het oogpunt van openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en/of milieu noodzakelijk is;
als de standplaats in strijd met de (voorwaarden uit de) standplaatsvergunning en/of dit beleid en/of APV wordt gebruikt.