Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5:

Artikel 34.

Verantwoordelijkheid algemeen bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht

1.. Het algemeen bestuur geeft de raden en provinciale staten ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. In het reglement van orde van het algemeen bestuur wordt de wijze waarop de bedoelde inlichtingen worden verstrekt, geregeld. 2.. Het algemeen bestuur geeft de raden en provinciale staten mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden en provinciale staten gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met een wettelijke verplichting of het openbaar belang. 3.. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college dat dit lid heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid. 4.. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het college dat dit lid heeft aangewezen, alsmede aan de betreffende raad of provinciale staten de door een of meer leden van dat college, die raad of provinciale staten gevraagde inlichtingen tenzij het verstrekken ervan in strijd is met een wettelijke verplichting of het openbaar belang. De verstrekking geschiedt mondeling of schriftelijk. 5.. Een college kan besluiten een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van dat college niet meer bezit.

Rechtspraak bij dit artikel