Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7:

Artikel 41.

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht

1.. Een college kan, indien hij de gevolgen van de uittreding voor zijn rekening neemt, uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende college en een daaraan voorafgaande zienswijze op het voorgenomen besluit en vervolgens verkregen toestemming van de betreffende raad of provinciale staten. 2.. Uittreding kan plaatsvinden met inachtname van een opzegtermijn van tenminste één jaar. Deze opzegtermijn vangt aan op 1 januari van het jaar volgend op dat waarin tot uittreden besloten is. 3.. Een college zendt, na toestemming van zijn raad of provinciale staten, het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. 4.. Het algemeen bestuur inventariseert, conform de daartoe door het algemeen bestuur vastgestelde uittredingsregeling, de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding. Het algemeen bestuur stelt de gevolgen van de uittreding met een drie vierde meerderheid vast. 5.. Onder de gevolgen van de uittreding bedoeld in het vierde lid wordt in ieder geval verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 6.. In de uittredingsregeling bedoeld in het vierde lid wordt als uitgangspunt genomen dat de Omgevingsdienst alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening brengt bij het uittredende college. Kosten die het uittredende college maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen eveneens voor rekening van het uittredende college. 7.. Voorafgaand aan en ten dienste van het eventueel te nemen besluit bedoeld in het eerste lid kan een college aan het algemeen bestuur verzoeken een voorlopige berekening uit te laten voeren van de kosten die met de uittreding gemoeid zijn. De kosten die voortvloeien uit het verzoek tot een voorlopige berekening komen geheel ten laste van het verzoekende college. De voorlopige berekening is niet bindend.

Rechtspraak bij dit artikel