Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.2

Artikel 1.2.1

De wettelijke zorgtaken

Onderdeel van Water- en rioleringsprogramma Wijk bij Duurstede

Stedelijk afvalwater: op grond van de Omgevingswet artikel 2.16 lid 1a-3 is elke gemeente verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de in de gemeente gelegen percelen. Alle percelen binnen de bebouwde kom zijn daarom aangesloten op (vrijverval)riolering. Buiten de bebouwde kom zijn alle percelen aangesloten op vrijvervalriolering, mechanische riolering, lokale mini-zuiveringen, of een geoorloofd alternatief. Het hoogheemraadschap heeft op grond van artikel 2.17 lid 1-a2 uit de Omgevingswet de verplichting om het afvalwater te zuiveren (of te laten zuiveren door een andere partij). Afvloeiend hemelwater: vanuit de Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a1 zijn gemeenten verplicht om zorg te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, maar alleen als degene die zich ervan wil ontdoen niet redelijkerwijs het water zelf kan verwerken op het eigen perceel, door het in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. Grondwater: in de Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a2, is bepaald dat de gemeente de zorg heeft om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit doet de gemeente door maatregelen te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied voor zover deze doelmatig zijn en niet tot de zorg van de (grondwater)beheerder of de provincie behoort. Oppervlaktewater: het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het watersysteembeheer. Dit is vastgelegd in de Omgevingswet artikel 2.17 lid 1-a. Hieronder vallen kwantiteits- en kwaliteitsdoelstellingen. Voor het beperken van vervuiling van het oppervlaktewater door vervuild afstromend hemelwater en vanuit riolering (overstortingen) heeft ook de gemeente een rol.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel